Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 29.

Verhouding prijs en kwaliteit van de levering van voorzieningen door derden

Onderdeel van Verordening Wmo gemeente Midden-Drenthe 2020

Het college houdt bij de vaststelling van de prijs voor de te leveren diensten, rekening met in ieder geval: de aard en omvang van de te verrichten taken; de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; een redelijke toeslag voor overheadkosten; een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing, administratieve handelingen en werkoverleg; kosten voor bijscholing van het personeel. Het college houdt bij de vaststelling van de prijs voor de te leveren overige voorzieningen, rekening met: de marktprijs van de voorziening; de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: aanmeten, levering en plaatsing van de voorziening; instructie over het gebruik van de voorziening; onderhoud van de voorziening. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor: een inschrijving en het aangaan van de overeenkomst met de derde, en de vaste prijs als bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het derde lid, vast: overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college kan het derde lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het eerste, tweede en vierde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in dit artikel hij een overeenkomst aangaat. Het college kan zich voor de vaststelling van de in voorgaande leden bedoelde prijs laten adviseren door een onafhankelijke adviseur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel