Een briefadres kan worden gevestigd, vanwege:
het ontbreken van een woonadres vanwege:
dak- en thuisloosheid;
korte overbrugging tussen twee woonadressen;
de uitoefening van een ambulant beroep;
kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd;
verblijf van maximaal 2 jaar in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat in Nederland de thuishaven heeft;
Het behoren tot een kwetsbare groep, zoals verwarde personen;
Langdurig vermiste personen.
Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuis).
Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP.
Een briefadres kan ook worden gevestigd als het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet gewenst is (artikel 2.41 Wet BRP).
Het College is bevoegd ambtshalve te besluiten tot opneming van een briefadres indien een woonadres ontbreekt en de ingezetene verzuimt aangifte van de vestiging van een briefadres te doen (artikel 2.23 lid 2 Wet BRP).
Artikel 2