Voor het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen gelden de volgende algemene regels:
inzamelmiddelen worden in bruikleen verstrekt en horen bij een perceel;
de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het dagelijks onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen alsof ze zijn eigendom zijn;
inzamelmiddelen blijven eigendom van de gemeente en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden of vervangen;
inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen worden beheerd door de inzameldienst of andere inzamelaar;
de inzameldienst is bevoegd om het inzamelmiddel te voorzien van een registratiechip voor de aanslag afvalstoffenheffing, het beheer van inzamelmiddelen en een efficiëntere inzameling;
instructies van de inzameldienst voor het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen moeten worden opgevolgd;
per perceel worden per soort huishoudelijk afval maximaal twee inzamelmiddelen in bruikleen gegeven;
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.