De Wet kinderopvang is sinds 2005 van toepassing. Sindsdien is het speelveld volop in beweging. Zo bestaan er sinds 2018 geen peuterspeelzalen meer. Ook is er in datzelfde jaar een personenregister kinderopvang ingevoerd om continue screening in de kinderopvang te versterken.
Daarnaast is in 2018 en 2019 de wetgeving dankzij de (wijzigings-) Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang behoorlijk aangepast. Er is hard gewerkt aan efficiëntere toezicht en handhaving.
Wijziging kwaliteitseisen
In januari 2018 zijn twee grote wetswijzigingen in werking getreden: de Wet Innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) en de Wet harmonisatie peuterspeelzalen. De Wet IKK wijzigt de kwaliteitseisen in de kinderopvang, waarbij aan de ene kant is ingezet op een kwaliteitsverhoging en aan de andere kant meer ruimte is gekomen voor kinderopvangorganisaties in het vormgeven van hun eigen beleid. Door de harmonisatie zijn de door de gemeente gefinancierde peuterspeelzalen omgezet in reguliere kinderdagverblijven.
Veranderende aard van het toezicht
De wet IKK vraagt ook om een andere rol van houder en toezichthouder: er ligt meer nadruk op de dialoog tussen houder en toezichthouder in plaats van op toetsing. In landelijke pilots is ervaring opgedaan met het herstelaanbod, met als doel om overtredingen sneller op te heffen en de naleveringsbereidheid te vergroten. Hierdoor kan het toezicht en de handhaving zich beter richten op organisaties die onvoldoende kwaliteit bieden.
Risicoprofielen
De GGD stelt risicoprofielen op als instrument voor het risicogestuurd toezicht, gebaseerd op 7 indicatoren met een voorspellende waarde voor de kwaliteit van de kinderopvang. De weging van de indicatoren leidt tot een kleurcode, van stabiele kwaliteit tot zorgelijk ingedeeld in groen/geel/oranje/rood.
Hoofdstuk
Artikel 3