De gemeente Ede vindt kwalitatief goede kinderopvang zeer belangrijk. Toezicht en handhaving worden passend ingezet. De gemeente streeft een goede relatie met de houder na en werkt vanuit vertrouwen.
Voor de ontwikkeling van kinderen is het essentieel dat kinderopvang goed is: een veilige en gezonde omgeving waar vaste en vertrouwde personen bijdragen aan de persoonlijke en sociale ontwikkeling van kinderen en normen en waarden meegeven die in het onderwijs en in de maatschappij van belang zijn. De ambitie van het college is daarom: de gemeente Ede biedt alleen ruimte voor goede en zeer goede kinderopvang.
Onder goede kinderopvang verstaat het college stabiele kindercentra die structureel aan de wettelijke voorwaarden voldoen. De organisatie heeft een duidelijke pedagogische visie en een daaraan gekoppeld personeelsbeleid en biedt kinderen stabiliteit. Incidentele overtredingen herstelt de kinderopvanghouder snel. Als het kindercentrum daar bovenop ontwikkelingsstimulering voor kinderen biedt van hoge kwaliteit, spreken we over zeer goede kinderopvang.
Belangrijke pijlers vanwege gewijzigde wet- en regelgeving zijn:
het college is streng aan de poort, dat wil zeggen bij toetreding tot de markt;
het toezicht door de GGD is risico-gestuurd, dat wil zeggen intensiever waar de kwaliteit slechter is en
het college grijpt altijd in bij onvoldoende kwaliteit.
Het college richt zich bij het toezicht en handhaving op de kinderopvang op:
het bestendigen van de kwaliteit van goede kinderopvang - het college spoort ondernemers aan om incidentele overtredingen snel en duurzaam te herstellen;
het snel verbeteren van kinderopvang waar het niet goed gaat - als handhaving nodig is, doet het college dit efficiënt en gericht op structureel herstel;
het stevig optreden bij kinderopvang waar de kwaliteit structureel ondermaats is - voor deze locaties werken toezichthouder en handhaver samen op maat aan snel en structureel herstel en gaat het college bij uitblijven van verbetering over tot sluiting.
Het college gebruikt verschillende instrumenten om kinderopvangorganisaties tot naleving van de kwaliteitseisen te bewegen. Het college spreekt organisaties aan op de eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de kinderopvang en spoort hen aan om incidentele tekortkomingen snel te verbeteren. Door kinderopvanghouders hiertoe in de gelegenheid te stellen, kan het college onnodig handhaven voorkomen.
Als handhaving nodig is zet het college instrumenten in die de houder aansporen een overtreding op een duurzame wijze te herstellen. Het college gebruikt hiervoor een eenduidige werkwijze. Als sprake is van voortdurende overtredingen, zal het college stevig ingrijpen. Bij locaties waar de kwaliteit structureel achterblijft of sprake is van urgente ernstige overtredingen, werken toezichthouder en handhaver nauw samen om de kwaliteit zo snel mogelijk structureel te herstellen.
Wanneer verbetering uitblijft gaat het college over tot sluiting.