Naar hoofdinhoud
Bij actief grondbeleid is de gemeente penvoerder van de grondexploitatie. De gemeente koopt gronden aan, maakt deze bouw- en woonrijp en verkoopt deze via gemeentelijke gronduitgifte. Voor het aankopen van gronden beschikt de gemeente over verschillende instrumenten: minnelijke verwerving, Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) en onteigening (zie hoofdstuk 3 voor nadere toelichting). Actief grondbeleid kan zich ook beperken tot enkel strategische verwerving van gronden, zonder het openen van een grondexploitatie. Dit kan de gemeente doen om positie te verwerven in een gebied om (meer) grip te krijgen op toekomstige ontwikkelingen. De strategisch aangekochte gronden worden op een later moment doorverkocht, mogelijk zonder dat deze bouw- en woonrijp worden gemaakt. Als belangrijkste voordeel komt het in handen hebben van de regie en sturing op gebiedsontwikkeling naar voren bij actief grondbeleid. Het biedt mogelijkheden om te sturen op zowel programma (bv. betaalbare woningen) als kwaliteit (bv. extra aandacht voor duurzaamheid). Daarnaast maakt actief grondbeleid het mogelijk om, via de verkoop van bouwgrond, de kosten van publieke investeringen te verhalen (kostenverhaal). Ook kan actief grondbeleid financieel rendement opleveren voor gemeenten. Echter, actief grondbeleid betekent ook financiële risico’s: het kan ook leiden tot forse verliezen. Tot slot vraagt een actief grondbeleid de nodige ambtelijke capaciteit en expertise.

Rechtspraak bij dit artikel