Welke grondbeleidsvorm en daaruit voortvloeiende ontwikkelstrategie voor een specifieke locatie voor de gemeente van toepassing is, moet een resultante zijn van een zorgvuldig afwegingsproces. Om dit proces te faciliteren is een eenduidig afwegingskader nodig. De gemeente hanteert hierbij een afwegingskader dat is opgebouwd uit drie bouwstenen: urgentie, regie en rendement:
Figuur 2: Bouwstenen afwegingkader
Deze bouwstenen bevatten elk een tweetal hoofdvragen die van een (kwalitatief) antwoord dienen te worden voorzien. Onderstaand worden deze hoofdvragen per bouwsteen nader toegelicht.
Urgentie
Ambities: In welke mate draagt een ontwikkeling bij aan de ruimtelijke ambities van onze gemeente? Met de beantwoording van deze vraag wordt de link gelegd met de Omgevingsvisie voor West Betuwe en eventuele andere visies gekoppeld aan de fysieke leefomgeving, zoals een gebiedsvisie.
Beleidsdoelstellingen: In welke mate draagt een potentiele ontwikkeling bij aan de beleidsmatige opgaven van onze gemeente?
Doel van deze vraag is om de relatie te leggen met (sectorale) beleidsdoelstellingen en – ambities van de gemeente, zoals economisch- en sociaal beleid.
Indien initiatieven voor een locatie- of gebiedsontwikkelingen substantieel bijdragen aan ruimtelijke en beleidsmatige doelstellingen, of beter nog meervoudig bijdragen, dan geeft dit een goede indicatie van de urgentie. Indien beide vragen ontkennend worden beantwoord, dan is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre de gemeente medewerking wil verlenen aan het initiatief.
Regie
Eigendomspositie: Kan de gemeente vanuit haar publiekrechtelijke rol met bijbehorend beschikbaar instrumentarium voldoende regisseren of is er meer regie gewenst door het innemen van grond- en vastgoedpositie(-s)?
Het gaat hier om de vraag of de gemeente voldoende aanknopingspunten heeft/vindt om vanuit het publiekrechtelijk kader te sturen, zoals het bestemmingsplan, exploitatieplan en uitnodigingskader grootschalige opwek. Of dat ambities en doelen beter en sneller bereikt kunnen worden als de gemeente beschikt over grondposities.
Marktfalen: Bestaat de mogelijkheid dat er onvoldoende initiatieven vanuit de samenleving/markt komen om de gemeentelijke opgaven in te vullen en zo ja, wat is daarvan de oorzaak?
De gemeente maakt met deze vraag een inschatting van het risico van marktfalen. Marktfalen treedt op als marktpartijen of andere initiatiefnemers te weinig kansen zien voor het plegen van een investering. De onzekerheid en daarmee het risicoprofiel is vaak te hoog. Dit kan verschillende, veelal samenhangende, oorzaken hebben, zoals stapeling van ambities, geen sluitende businesscase, innovatieve trajecten, te hoge voorfinanciering in relatie tot de doorlooptijd, geen of te weinig marktpotentie. Indien marktfalen aanwezig is of het risico hierop groot is, kan de gemeente trachten dit marktfalen te reduceren of op te lossen.
Rendement
Financieel resultaat & risicoprofiel: Staat het verwachte resultaat in verhouding tot de (initiële) investeringen en de risico’s?
Beantwoording van deze vraag geeft een zakelijke rechtvaardiging of een investering in grond en eventueel vastgoed, ook in verhouding staat tot het risicoprofiel en het uiteindelijke verwachte resultaat.
Maatschappelijke waarden: Staat een (negatief) resultaat in verhouding tot de maatschappelijke waarden die met een ontwikkeling worden gecreëerd?
Waar een zakelijke rechtvaardiging misschien leidt tot een antwoord om niet te investeren, kan juist het maatschappelijk rendement van deze investering van doorslaggevende aard zijn om wel te gaan investeren.
De bouwstenen, de beantwoording van de bijbehorende vragen per bouwsteen en de weging die hieraan wordt gehangen is bij uitstek een onderwerp voor bestuurlijke besluitvorming.
Beleidskader 1 | grondbeleidsvorm
De gemeente kiest voor “opgavegericht grondbeleid”. De gemeente zal per situatie afwegen welke grondbeleidsvorm wenselijk is. Dit betekent dat de rol van de gemeente per opgave of samenstel van opgaven en per locatie kan verschillen: actief, faciliteren of samenwerkend. De uiteindelijke grondbeleidskeuze voor een specifieke locatie is het resultante van een afwegingsproces waarbij de bouwstenen urgentie, regie en rendement leidend zijn. De afweging en motivering worden expliciet vastgelegd in de besluitvorming over de desbetreffende ontwikkeling.
In bijlage 1 is een fictieve casus uitgewerkt ter illustratie.
Artikel 2.2