Naar hoofdinhoud
Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet integreert daartoe de gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten in één wet met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. Met de stelselherziening streeft de regering vier verbeterdoelen na: het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht, met name door het bijeenbrengen van verschillende wetten in één wet; het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving, met name door geïntegreerde instrumenten te bieden zoals de omgevingsvisie, de omgevingsvergunning en het projectbesluit; het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de leefomgeving, onder meer door meer flexibele kaders en een experimenteerbepaling; het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de leefomgeving, bijvoorbeeld door stroomlijnen van procedures en bredere verankering van de participatieve benadering met getrechterde besluitvorming (de ‘sneller en beter’-aanpak). Daarnaast beoogt de wet een betere aansluiting op Europese wet- en regelgeving. Naast kennis over wet- en regelgeving en uitleg over het digitaal stelsel, vraagt de Omgevingswet om een nieuwe manier van samenwerken. Een andere manier van werken die wensen uit de samenleving begeleidt en uitgaat van samenwerking met alle betrokken partijen. Integraal werken of samenhangend werken volgens de Omgevingswet gaat over het bijeenbrengen van allerlei verschillende onderwerpen, perspectieven en belangen om daar vervolgens in samenhang een afweging in te maken. Dat vraagt om een manier van werken waarbij een open blik, ontschotten van beleid en samenwerken belangrijk zijn. Participatie onder de Omgevingswet gaat over een ander samenspel met bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden. Zodat goede ideeën meteen op tafel komen, bestuurders betere besluiten kunnen nemen en initiatieven uit de samenleving een plek krijgen. De wet moet er voor zorgen dat procedures in het fysieke domein eenvoudiger, duidelijker, beter en sneller gaan. Dit betekent het beter op elkaar afstemmen van de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur en het stimuleren van verschillende doelstellingen. Tegelijkertijd geeft de Omgevingswet gemeenten meer ruimte hun omgevingsbeleid af te stemmen op de eigen lokale behoeften. De vraag voor de gemeenten is: hoe begin je met de Omgevingswet? In het voorliggend document wordt antwoord op deze vraag gegeven voor het thema beleidsvernieuwing.

Rechtspraak bij dit artikel