Het voorstel is om parallel aan en in nauwe samenhang met de ontwikkeling van de omgevingsvisie ook te starten met het opstellen van een omgevingsplan. De reden daarvoor is ook gelegen in het overgangsrecht van de Omgevingswet. Voor een goed begrip van het overgangsrecht wordt verwezen naar bijlage 3.
Kort samengevat komt het erop neer dat alle huidige bestemmingsplannen bij inwerking treden van de Omgevingswet worden aangemerkt als het omgevingsplan. De huidige verordeningen die zouden moeten opgaan in het omgevingsplan blijven ook hun gelding behouden. Vanaf de inwerkingtreding op 1 januari 2021 tot 1 januari 2029 krijgen gemeente de tijd om de huidige wet- en regelgeving om te zetten naar een omgevingsplan conform de Omgevingswet. Daarnaast zijn er ook rijksregels die per 1 januari 2021 worden gedecentraliseerd. Om een vacuüm te voorkomen is dit de zgn. bruidsschat en blijven deze regels gelding houden tot 1 januari 2029. In die periode dienen de gemeente een afweging te maken wat zij met de rijksregels willen.
Weliswaar is de overgangsperiode in wettelijke zin goed geregeld, maar de gemeente dient te beseffen dat elke wijziging van het omgevingsplan in die periode een wijziging is die volledig dient te voldoen aan de Omgevingswet. Dat wil zeggen dat in die wijziging alle gemeentelijke verordeningen en beleid (bijv. geur- en geluid, APV, kappen, etc.) zijn opgenomen. Idem voor de rijksregels.
Gelet op het feit dat op basis van particuliere initiatieven veelvuldig wordt afweken van het bestemminsplan, is het zaak om de huidige bestemmingsplannen zo goed mogelijk op orde te krijgen voor de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2021. Veel verordeningen kunnen namelijk nu al worden opgenomen in de bestemmingsplannen. Dat is ook de reden om tegelijk met de procedure voor het opstellen van de omgevingsvisie ook aandacht te hebben voor de procedure van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.4
INTEGRATIE VERORDENINGEN EN BELEID
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidsvernieuwing onder de Omgevingswet