Waar het gaat om de inrichting van de participatie, geeft de wet de vrijheid aan het bevoegd gezag en de initiatiefnemer om eigen keuzes te maken. De locatie, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen zijn immers elke keer anders. Ook het moment waarop participatie start, verschilt per keer.
Intern
De totstandkoming van een omgevingsvisie en het omgevingsplan valt onder het deelproject beleidsvernieuwing waaraan verschillende disciplines uit de verschillende onderdelen van de fysieke leefomgeving deelnemen. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij het sociaal domein. Het kernteam bestaat uit de disciplines RO/stedenbouw, milieu, juridisch, plantoetsers (Wabo specialist), handhaving, APV & bijzondere wetten, openbare ruimte, financiën, sociaal domein en gezondheid. Verder betrekken wij collega’s, het MT, colleges en gemeenteraad actief bij het proces om te komen tot een integraal en gedragen omgevingsvisie en omgevingsplan.
Extern
Wat betreft participatie geldt voor een omgevingsvisie een motiveringsplicht. Dit houdt in dat bij het besluit moet worden aangegeven hoe de omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de omgevingsvisie en wat er met de resultaten is gedaan. Voor het omgevingsplan is bepaald dat het bevoegd gezag bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aangeeft hoe het de participatie vormgeeft. Daarnaast geldt ook bij het omgevingsplan dat bij het besluit moet worden aangegeven hoe de omgeving is betrokken bij de voorbereiding en wat er met de resultaten is gedaan.
Elk participatietraject is anders en er zijn verschillende werkvormen denkbaar. Strekking van de nieuwe wet is wel om in te zetten op brede participatie bij de start en niet, zoals nu nog (te) vaak het geval, als de oplossingsrichting in feite al vaststaat. In de volgende infographic is dit in beeld gebracht.
Het inzetten op een breed participatietraject bij de start van het project, in dit geval de totstandkoming van een omgevingsvisie en het omgevingsplan, sluit ook goed aan bij de keuze voor het ambitieniveau de ‘vernieuwende strategie’. De keuze voor dit ambitieniveau betekent immers dat maatschappelijke (verander)opgaven en de initiatiefnemers met hun omgeving centraal komen te staan. Om een hier een goed beeld van te kunnen vormen is het van groot belang om wat betreft externe participatie inwoners, initiatiefnemers en maatschappelijke partners vanaf de start actief te betrekken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Dit sluit ook goed aan bij het proces MD 2030.
De te selecteren bureaus zullen voor wat betreft de totstandkoming van de omgevingsvisie met een voorstel moeten komen voor het participatietraject waarbij nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met het proces van MD 2030. De gemeente is verantwoordelijk voor het initiatief tot participatie en de invulling van participatie kan per onderwerp en per gebied verschillen.
Hoewel het voorstel is om parallel aan en in nauwe samenhang met de ontwikkeling van de omgevingsvisie ook te starten met het opstellen van een omgevingsplan, zal het participatietraject voor het omgevingsplan later worden ingezet dan het participatietraject voor de omgevingsvisie. Dit omdat de omgevingsvisie de basis vormt voor het opstellen van het omgevingsplan en er bij de totstandkoming van de visie eerst keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot de diverse onderdelen van de fysieke leefomgeving. In een later stadium zal vanuit een (in overleg met het stedenbouwkundig bureau) nog op te stellen communicatie- en participatie strategie, worden bepaald hoe wij de omgeving betrekken bij het opstellen van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.2
RUIMTE VOOR MAATWERK
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidsvernieuwing onder de Omgevingswet