Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat herplant plaatsvindt van één of meer houtopstanden van een andere soort als de houtopstand waarvoor een omgevingsvergunning is verleend: vanwege overlast of ziektes die voorkomen bij de betreffende houtopstand; indien bij een herinrichtingsplan in een participatietraject met omwonenden afspraken zijn gemaakt over de soort te herplanten houtopstand. ter bevordering van de diversiteit van de samenstelling van houtopstanden binnen de gemeente; indien een andere boomsoort is aangewezen gezien de bodemgesteldheid of andere eigenschappen van de fysieke leefomgeving; 2.. Burgemeester en wethouders leggen de verplichting op om ten minste een houtopstand van dezelfde categorie te herplanten. Hiervoor worden de volgende categorieën onderscheiden: Categorie 1: dit zijn houtopstanden waarvan de uiteindelijk hoogte hoger is dan 15 meter; Categorie 2: dit zijn houtopstanden met een uiteindelijke hoogte van 10 tot meter 15 meter; Categorie 3: dit zijn houtopstanden met een uiteindelijke hoogte van 6 tot 10 meter. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het tweede lid indien de locatie waar de herplant plaatsvindt kennelijk ongeschikt is voor het herplanten van een houtopstand van dezelfde categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel