Naar hoofdinhoud
1.. De beschikking op een aanvraag zoals bedoeld in artikel 10 wordt uiterlijk binnen twee weken na datum ontvangst van de aanvraag afgegeven. 2.. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 3.. Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken vastgelegd. 4.. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: welke vorm jeugdhulp verstrekt wordt en waar de vorm van jeugdhulp op gebaseerd is; indien sprake is van jeugdhulp welk ondersteuningsprofiel en welke intensiteit; wat de beoogde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald dienen te worden; welke zorgaanbieder de zorg/hulp gaat verlenen; wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking. 5.. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt in een beschikking in ieder geval vastgelegd: ten behoeve van welke vorm jeugdhulp een Pgb verstrekt wordt en waar de vorm van jeugdhulp op gebaseerd is; indien sprake is van een Pgb voor specialistische jeugdhulp welk budget toereikend moet zijn om de geïndiceerde zorg in te kunnen kopen. wat de beoogde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald dienen te worden; wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; de randvoorwaarden die gelden voor de besteding van het Pgb; wat de hoogte van het Pgb is en op welke gronden dit bedrag is bepaald; indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel