Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Bij het kunnen participeren en zelfredzaam zijn mag de huishouding geen obstakel vormen. Het hoeft niet overal ‘spic en span’ te zijn, maar het huishouden moet ‘op orde’ zijn. Er kan goed en veilig geleefd worden, het vormt een basis, waar de cliënt mensen kan ontvangen en van waaruit de cliënt kan participeren in de samenleving.
Procesbeschrijvingen voor zowel zorg in natura en persoon gebonden budget zijn terug te vinden in de bijlage 4.
Leveringsplan
Huishoudelijke ondersteuning (zorg in natura en persoon gebonden budget) wordt geïndiceerd op basis van resultaat. Bij zorg in natura maakt de aanbieder in opdracht van de gemeente in overleg met de cliënt een leveringsplan, waarin vastgelegd is welke activiteiten er plaatsvinden en wat de frequentie van activiteiten is. In het leveringsplan is opgenomen dat de uitvoering van het plan flexibel moet zijn. De gemeente toetst het leveringsplan met de bevindingen uit het verslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Als het leveringsplan daarmee niet in overeenstemming is, wordt de aanbieder opdracht gegeven een aangepast leveringsplan te maken dat wel voldoet. Het leveringsplan maakt onderdeel uit van de beschikking.
Op basis van persoonsonderzoek en in overleg met de cliënt zijn in het leveringsplan gemotiveerd aanpassingen in activiteiten en frequentie mogelijk. Om maatwerk te kunnen leveren is tevens een flexibele uitvoering van het leveringsplan mogelijk. Dat betekent dat er met instemming van de cliënt in de ene week meer/minder/andere activiteiten uitgevoerd kunnen worden dan in de andere week. Leidend is dat het resultaat passend moet zijn voor de cliënt.
Als een cliënt kiest voor een persoonsgebonden budget, dan wordt de cliënt gevraagd om een plan op te stellen. Hiervoor moet het format van de gemeente gebruikt worden. De gemeente toetst of het plan in overeenstemming is met de bevindingen uit het verslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Het plan maakt onderdeel uit van de beschikking.
Beschikking
In de beschikking moet duidelijk zijn wat de cliënt kan verwachten aan ondersteuning. In de beschikking wordt het volgende opgenomen:
dat de cliënt aanspraak maakt op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning en ten behoeve van welk resultaat en welke aandachtsgebieden de cliënt ondersteuning ontvangt;
wat de cliënt zelf, met eigen netwerk dan wel voorliggende / algemene voorzieningen kan;
welke activiteiten en frequentie bij de aandachtsgebieden horen om de ondersteuning passend te maken voor de cliënt en zodoende maatwerk te leveren. Dit wordt vastgelegd in het leveringsplan dat onderdeel is van de beschikking;
een verwijzing naar de beschrijving in beleidsregels van wat de gemeente verstaat onder ondersteuning in het huishouden;
toets van het leveringsplan aanbieder zodat deze voldoet aan het verslag van de gemeente en daarmee toetsing van de gemeenten is voltooid en de cliënt akkoord heeft gegeven;
dat de cliënt hiervoor een eigen bijdrage moet betalen; deze wordt door het CAK berekend op basis van vermogen en inkomen en daarom kan de hoogte van de eigen bijdrage niet in de beschikking worden opgenomen wel de kostprijs van de voorziening;
verplichting doorgeven van wijzigingen;
op basis van welk artikel van de Verordening dit besluit is genomen;
bezwaarmogelijkheid.
Activiteiten en frequentie
In de tabel activiteiten en frequentie, zoals in bijlage 5, staan alle werkzaamheden die binnen het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ vallen. Alle activiteiten die in het CIZ-protocol (2006 en 2011) worden genoemd komen terug in deze tabel. Voor de frequentie van die activiteiten is uitgegaan van de expertnormen in de onderzoeken5https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zorg-en-onderwijs/hulp-en-ondersteuning-Wmo/2016-08-Onderzoek-KPMG-Plexus-en-Bureau-HHM-Normering-van-de-basisvoorziening-schoon-huis.pdfhttp://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&ved=0ahUKEwj3m4_jlufSAhVBvBQKHYawB80QFggaMAA&url=http%3A%2F%2Fwww.raad053.nl%2Fstukken%2F8816%2F1%2Fdownload&usg=AFQjCNEm972MSwzTVY-YvAncRJMIwZ2tcA van gemeente Utrecht en de Twentse gemeenten: Het onderzoek dat KPMG Plexus en bureau HHM in opdracht van gemeente Utrecht (normering van de basisvoorziening ‘schoon huis’ d.d. 12 augustus 2016) heeft uitgevoerd en samenhangend het onderzoek dat HHM in opdracht van de Twentse gemeenten (norm huishoudelijke ondersteuning in Twente d.d. 10 februari 2017) heeft uitgevoerd. De expertnormen in deze onderzoeken bieden een objectieve maatstaf voor de frequentie van activiteiten.
7.1.3 Resultaten en aandachtsgebieden
7.1.3.1 Gestructureerd huishouden in stabiele situatie (HO)
Onder dit resultaat vallen onderstaande aandachtsgebieden:
Aandachtsgebieden
Een schoon en leefbaar huis:
Een schoon huis betekent dat het huis stof- en vlekvrij is, zodanig dat het niet vervuild is. Daarom dient er periodiek binnenshuis te worden schoongemaakt. Schoon volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Dit kan heel praktisch betekenen dat de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden niet helemaal voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van iedere cliënt afzonderlijk. Dat betekent dat er niet wordt schoongemaakt uit gewoonte, maar om te voorkomen dat het vervuilt. De inzet moet echter wel in alle redelijkheid en in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen) en de leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van een cliënt. De cliënt moet eerst zelf al het mogelijke gedaan hebben om vervuiling te beperken.
Leefbaar betekent dat het huis opgeruimd is en dat de cliënt gebruik kan maken van alle primaire leefruimten.
Onder huis wordt verstaan alle primaire leefruimten die door een leefeenheid daadwerkelijk voor het daarvoor bestemde doel frequent gebruikt worden in de woning: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, toilet , trap, overloop en hal. In de jurisprudentie zijn hier verschillende uitspraken over terug te vinden, onder andere: ECLI:NL:CRVB:2017:885 (tuin), ECLI:NL:CRVB:2014:1627 (voortuin, hal, gang en trap), ECLI:NL:CRVB:2014:2330 (praktijkruimte aan huis), ECLI:NL:CRVB:2013:2032 (essentiële leefruimten van de cliënt)
Beschikken over schone en draagbare kleding:
Het doel van dit aandachtsgebied is dat de cliënt beschikt over schone kleding. Het omvat het wassen, het drogen, strijken en/of vouwen van kleding en het terugleggen van kleding in de garderobekast. Verwacht wordt dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het aanschaffen van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt, aangezien een wasmachine als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat worden gereinigd. Het gaat dan om het wassen, drogen, strijken en opvouwen. Uitgegaan wordt van 1 maal per week. Op grond van de persoonlijke situatie van een cliënt kan er in overleg tussen aanbieder en cliënt een afwijkende frequentie worden vastgelegd in het leveringsplan. Begeleiden bij het kopen van kleding hoort niet binnen dit aandachtsgebied.
via het WasPunt
Cliënten die vanwege hun beperking in aanmerking komen voor het aandachtsgebied “beschikken over schone en draagbare kleding” kunnen gratis gebruik maken van het WasPunt. Deze voorziening is voorliggend. Een cliënt komt voor het WasPunt in aanmerking als hij niet zelf en/of met behulp van zijn omgeving de wasverzorging uit kan voeren. Het WasPunt is voor het wassen, drogen, strijken en vouwen van het wasgoed. Het wasgoed wordt één keer per week op een vaste ochtend thuis opgehaald en vervolgens weer binnen twee dagen bij de cliënt thuisgebracht. ln principe wordt de was gedroogd in de droger. De kleding die niet in de droger kan, wordt opgehangen. De schone was gaat gevouwen in een wasmand. Het WasPunt wast o.a. geen vitrage, overgordijnen, dekbedden, spreien en jassen.
Als om medische of andere zwaarwegende redenen de was van de kleding niet via het WasPunt gedaan kan worden, wordt de was door de medewerk(st)er van de zorgaanbieder gedaan en kan het aandachtsgebied “beschikken over schone en draagbare kleding” als individuele maatwerkvoorziening worden geïndiceerd.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.1.2
Resultaat gericht werken: een gestructureerd huishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2019