Naar hoofdinhoud
1.. De Rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen en ontvangsten te innen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.. De Rekenkamer doet jaarlijks voor 1 april een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken. 3.. De Rekenkamer wordt jaarlijks door de raad een budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 4.. Het budget wordt jaarlijks gecorrigeerd met het inflatiepercentage. 5.. De Rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar die zij voor haar taken heeft gedaan in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid van de Gemeentewet. 6.. De Rekenkamer is gemachtigd om een deel van het budget tot een maximum van 40 procent te reserveren als onderzoeksreserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel