Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1

Artikel 3.4.1.6

- Beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Sluis 2009

Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 3.4.1.1: a. indien de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. voor zover de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw; c. indien er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de woning; d. indien de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning wordt begrepen) worden ondervonden; e. indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist vanuit een woning waarin en waaromheen hij in staat is zich te verplaatsen, tenzij er een belangrijke reden voor de verhuizing bestaat; f. indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing, dan wel de acceptatie van de nieuwe woning, heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor die verhuizing of die acceptatie; g. indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing; h. indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist vanuit en naar een woning verhuist die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; i. indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist naar een AWBZ-instelling; j. indien de aanvraag betrekking heeft op een AWBZ-instelling, hotels/pensions, kloosters, kamers, trekkerswoonwagens, vakantiewoningen en tweede woningen; k de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak. m. indien de kosten van deze voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45.378,00 , tenzij weigering van deze voorziening gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel