1. Het college trekt een besluit genomen op grond van de wet en deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien:
a. niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld op grond van de wet, deze verordening dan wel de beschikking;
b. op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren.
2. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een PGB kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
3. Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste lid, wordt het besluit tot verlening van een PGB ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget.
4. Bij overlijden van de rechthebbende eindigt het recht op de voorziening zoals bedoeld in Afdeling III, op de dag gelegen na de dag waarop de rechthebbende overlijdt.
5. Een besluit tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de aanvrager de in artikel 3.2.0.4 genoemde verplichtingen niet nakomt.
6. Een besluit tot verlening van een voorziening als bedoeld in afdeling II kan worden ingetrokken of gewijzigd indien er sprake is van opheffing, faillissement of surseance van betaling van de aanvrager.
7. Een voorziening kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de begunstigde worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag dat niet is voldaan aan het gestelde in lid 1 tot en met 6.
Hoofdstuk 1
Artikel 5.1.0.5
– Wijziging, intrekking en beëindiging
Onderdeel van Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Sluis 2009