Naar hoofdinhoud
1.. Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 10. 2.. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken: als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; of als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. als de vergunninghouder zich niet houdt aan de voorschriften voortvloeiend uit de verordening, de bijbehorende besluiten en de voorwaarden uit de standplaatsvergunning. 3.. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. 4.. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 12 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk een uur na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel