Naar hoofdinhoud
1.. Een sportvoorziening kan verstrekt worden indien: de cliënt gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bij de gehandicaptensportvereniging een voorziening te lenen (indien mogelijk) om te bezien of hij daadwerkelijk de sport gaat beoefenen; de cliënt aantoonbaar lid is van een sportvereniging waar de maatwerkvoorziening voor nodig is; de cliënt kan aantonen dat de sportvoorziening bijdraagt aan het maatschappelijk participeren. 2.. Het persoonsgebonden budget is bedoeld voor aanschaf en onderhoud gedurende een periode van drie jaar. Als na 3 jaren de voorziening nog in alle redelijkheid bruikbaar is, wordt geen nieuwe maatwerkvoorziening verstrekt. Vervanging na 3 jaar geschiedt alleen na een technisch afkeuringsrapport. 3.. Op het persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening zijn de volgende voorwaarden van toepassing: Indien de cliënt geen gebruik meer kan maken van de voorziening binnen 3 jaren dan gaat het college over tot herziening/intrekking en terugvordering. Bij de vaststelling van de hoogte van het terug te vorderen persoonsgebonden budget wordt de beginwaarde van de maatwerkvoorziening gerelateerd aan een reële lineaire afschrijvingsduur. Indien de cliënt geen gebruik meer kan maken van de voorziening binnen 3 jaren kan het voorschot voor onderhoud, reparatie en verzekering van het persoonsgebonden budget teruggevorderd worden door de gemeente, waarbij rekening wordt gehouden met de tijd tussen verstrekking en gebruik. 4.. De sportvoorziening mag enkel door de cliënt worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel