Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › PARAGRAAF 2.

Artikel 2.9.

Gedragingen IOAW en IOAZ

Onderdeel van Verordening rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Dantumadiel 2020

Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de IOAW of de artikelen 37 en 38 van de IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën: a.. eerste categorie: 1.. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2.. zonder tijdige kennisgeving of ongeldige reden niet verschijnen na een uitnodiging voor een gesprek, een bijeenkomst of activiteit gericht op de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering. b.. tweede categorie: 1.. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2.. het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid en 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAW of de artikelen 36, eerste lid en 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3.. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid van de IOAW of artikel 38, eerste lid van de IOAZ; 4.. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ; 5.. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de IOAW of artikel 13, tweede lid, van de IOAZ. c.. derde categorie: het niet of niet voldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid en 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAW en artikel 36, eerste lid en artikel 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. d.. vierde categorie: 1.. aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende ligt een dringende reden ten grondslag in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende kan ter zake een verwijt worden gemaakt, of 2.. de dienstbetrekking van belanghebbende is beëindigd door of op zijn verzoek zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, of 3.. belanghebbende laat na algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of 4.. belanghebbende verkrijgt door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel