Naar hoofdinhoud

Artikel 3.3.1.3

Wijze van geluidmeten (APV)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Metingen en berekeningen ter controle van de eerder genoemde geluidniveaus worden gedaan volgens de HMRI-99. 2.. In tegenstelling tot de HMRI-99 worden op het gemeten signaal in dB(A) of dB(C) geen correcties meer toegepast. 3.. In tegenstelling tot de HMRI-99 mogen metingen ook worden uitgevoerd met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 60651, type 2 geluidniveaumeter. 4.. Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van minimaal 1,5 meter en maximaal 2 meter boven het plaatselijk maaiveld. 5.. Metingen in geluidgevoelige ruimten vinden plaats op minstens 1,5 meter boven de vloer, 1,5 meter van ramen en 1 meter van muren. 6.. Als het geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelig gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidgevoelig gebouw gezien als geluidgevoelige ruimten alleen op de hoger gelegen etages aanwezig zijn.