Naar hoofdinhoud

Artikel 3.3.2.1

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (APV)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid is het niet toegestaan op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de open lucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare, of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, ingekuild gras, loof of pulp, of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3.. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.