Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.1.2

Tijdelijke ligplaatsen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1. . Op een passantenligplaats is het, in afwijking van artikel 3.4.1.1, eerste lid, zonder vergunning toegestaan om met een pleziervaartuig een plek in te nemen voor maximaal 12 uur. 2. . In een passantenhaven is het, in afwijking van artikel 3.4.1.1, eerste lid, zonder vergunning toegestaan om een ligplaats in te nemen, voor de duur van: maximaal dertien nachten in de periode van 1 april tot en met 31 oktober. Bij meerdere verblijven binnen de periode van 1 april tot en met 31 oktober, moet tenminste vijf dagen tussen de verschillende verblijven zitten; maximaal dertien nachten in de periode van 1 november tot en met 31 maart, tenzij sprake is van een winterligplaats. Van een winterligplaats is sprake als een boot gedurende minimaal 120 aaneengesloten dagen in de periode van 1 november tot en met 31 maart ligt afgemeerd. 3. . Het college stelt een Havenreglement voor de passantenhaven van Leiden vast. Het is verboden om inde passantenhaven in strijd met het Havenreglement te handelen. 4. . Het is verboden in de passantenhaven een ligplaats in te nemen als het binnenhavengeld conform de Verordening binnenhavengeld Leiden niet is voldaan.

Verwijzingen