Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.1.5

Algemene intrekkings- of wijzigingsgronden (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. De vergunning voor een ligplaats kan worden ingetrokken of gewijzigd als: de gegevens die zijn verstrekt onjuist of onvolledig blijken en op basis van de juiste gegevens een andere beslissing zou zijn genomen over de aanvraag; de vergunning in strijd met wettelijke voorschriften is verleend; de gegevens in de vergunning niet meer kloppen met de werkelijke situatie; niet aan de voorschriften die bij of krachtens deze verordening zijn gegeven wordt voldaan; de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nagekomen; de vergunninghouder hierom vraagt; de vergunninghouder het verschuldigde binnenhavengeld, als bedoeld in de Verordening binnenhavengeld, niet betaalt; het college van mening is dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het vergunde negatief wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het vergunde; de toestand van het vaartuig, bijvoorbeeld de technische en uiterlijke staat van onderhoud, daartoe aanleiding geeft, of als de toestand het uiterlijk aanzien van de gemeente aantast, of het landschap verstoort; de ligplaats niet wordt gebruikt waarvoor deze is bedoeld. 2.. Er kunnen per categorie vaartuig bij of krachtens deze verordening nog aanvullende intrekkings- of wijzigingsgronden worden bepaald.