Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.1.6

Voorschriften en beperkingen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Een vergunning voor een ligplaats kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden verleend, afhankelijk van waar de vergunning voor bedoeld is. 2.. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden ter bescherming van de hierna genoemde belangen. 3.. De voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op: de bescherming van de kwaliteit van het water of de bodem; det voorkomen van gevaar, schade of hinder; de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer, zowel op het water als op het land; de bescherming en het ongestoorde gebruik van naburige ligplaatsen; de afstemming met andere gebruikers van het openbaar water; het bepalen van het tijdstip waarop de ligplaats feitelijk in gebruik mag of moet worden genomen; de omvang van de ligplaats waarbinnen het vaartuig moet worden aangelegd; het uiterlijk van het vaartuig als naar mening van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente of het landschap verstoort; de bescherming van het historisch- en archeologisch erfgoed. 4.. Het college kan de vergunning wijzigen met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen. 5.. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.