Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.11.4

Intrekking en vervallen vergunning voor vaste standplaats (Marktverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1. . De vergunning voor een vaste standplaats wordt door het college ingetrokken als: de vergunninghouder daar schriftelijk om verzoekt; binnen twee maanden na het overlijden of na de ondercuratelestelling van de vergunninghouder geen verzoek tot overschrijving is ingediend als bedoeld in artikel 3.4.11.3. 2. . De vergunning voor een vaste standplaats kan door het college worden ingetrokken als: voor het verkrijgen van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; de gegevens in de vergunning niet meer kloppen met de werkelijke situatie; de vergunninghouder, degene die hem vervangt of iemand die hem bijstaat op de markt zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. . Als de vergunninghouder, of zijn vervanger als bedoeld in artikel 3.4.11.6, zijn standplaats niet uiterlijk bij de aanvang van de markt heeft ingenomen, dan vervalt de vergunning voor de rest van de dag. De standplaats komt dan in aanmerking voor een dagplaats. De regels over het in acht nemen van de markttijden uit het inrichtingsplan gelden hierbij.

Verwijzingen