Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.2.4

Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Als de vergunninghouder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig is begonnen met het zichtbaar gebruiken van de ligplaats zoals beschreven in de vergunning, komt de vergunning van rechtswege te vervallen. Het college kan hiervan afwijken in het besluit tot toekenning van de vergunning. 2.. Het college kan, naast de redenen genoemd in artikel 3.4.1.5, eerste lid, de ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig wijzigen of intrekken als: dit nodig is vanwege het uitvoeren van werken en/of evenementen; het pleziervaartuig bedrijfsmatig wordt gebruikt.

Verwijzingen