Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.3.7

Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Als de vergunninghouder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de ligplaatsvergunning voor bedrijfsvaartuigen is begonnen met het zichtbaar gebruiken van de ligplaats zoals beschreven in de vergunning, komt de vergunning van rechtswege te vervallen. Het college kan hiervan afwijken in het besluit tot toekenning van de vergunning. 2.. Het college kan, naast de redenen genoemd in artikel 3.4.1.5, eerste lid, de ligplaatsvergunning voor bedrijfsvaartuigen wijzigen of intrekken als: dit nodig is vanwege het uitvoeren van werken en/of evenementen; het vaartuig dat op de ligplaats is afgemeerd niet behoort tot of niet herkenbaar is als een van de bedrijfsvaartuigen van de vergunninghouder.

Verwijzingen