Naar hoofdinhoud

Artikel 3.5.1.1

Verbodsbepalingen en vergunning (Erfgoedverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Het is niet toegestaan een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of aan het monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is. 2.. Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt aangetast, ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: het college nadere regels stelt met betrekking tot de manier waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, of; de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. 4.. De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan alleen worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet. Bij de beslissing houdt het college rekening met het gebruik van het monument. 5.. Wanneer de wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening van een beschermd religieus monument in het geding zijn, geeft het college geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, zonder overeenstemming met de eigenaar.