Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6.1.4

Vergunningsplicht voor het (doen) vellen van houtopstanden in de openbare ruimte

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college een houtopstand in de openbare ruimte te vellen of te doen vellen. 2. . Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college een compensatieboom te vellen of te doen vellen. 3. . Het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een last onder bestuursdwang van het college. De bepalingen in deze verordening over aanplanten van compensatie en schadevergoeding blijven wel van kracht. 4. . Het verbod als bedoeld in het tweede lid geldt niet voor een compensatieboom die binnen drie jaar na aanplant niet is aangeslagen. 5. . Het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt niet als sprake is van beheerkap en de te vellen houtopstand vervangen wordt door een andere houtopstand. Deze vervangende houtopstand hoeft qua soort, grootte of leeftijd niet gelijk te zijn aan de te vellen houtopstand, maar moet wel aan de voorwaarden voldoen als opgenomen in het zesde lid van dit artikel. 6. . De vervangende aanplant als bedoeld in het vorige lid moet aan de volgende voorwaarden voldoen: de ecologische waardering van de vervangende aanplant, conform het Register ecologische bomen, moet gemiddeld 2 of meer zijn. De minimale ecologische waardering per houtopstand moet daarbij 0,5 zijn. Om de gemiddelde waarde te berekenen, worden alle houtopstanden van dezelfde eigenaar die binnen zes maanden worden geveld meegerekend. Het college is bevoegd om in uitzonderlijke gevallen, welke het college nader toelicht in de Beleidsregel houtopstanden Leiden 2023, een houtopstand met een ecologische waardering van minimaal 0 (nul) te planten als vervangende aanplant; aan de vervangende aanplant moet vanaf de aanplant in ieder geval drie jaar voldoende kwalitatieve nazorg worden gegeven; de vervangende houtopstand moet geplant worden in een groeiplaats van voldoende kwalitatieve waarde om de houtopstand duurzaam te handhaven. 7. . Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden als opgenomen in het vorige lid en de vervangende aanplant daardoor niet aanslaat, moet opnieuw binnen een jaar na constatering een andere houtopstand aangeplant worden. De voorwaarden als opgenomen in het vorige lid, zijn op deze nieuwe aanplant van overeenkomstige toepassing. 8. . Als sprake is van beheerkap als bedoeld in het vijfde lid, publiceert het college vooraf een overzicht van de houtopstanden waarop het vijfde lid van toepassing is en handelt zij overeenkomstig de Beleidsregel houtopstanden Leiden 2023.