Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6.1.7

Indienen aanvraag vergunning voor het (doen) vellen van een houtopstand

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.6.1.2 en artikel 3.6.1.3 wordt aangevraagd door de rechthebbende of gemachtigde daarvan van de betreffende houtopstand. 2. . De aanvrager verstrekt bij de aanvraag in ieder geval de volgende stukken en informatie: een kaart waarop de betreffende houtopstand en de bestaande situatie zijn aangegeven; als een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 3.6.1.5 moet ook op de kaart aangegeven worden waarom de houtopstand moet worden geveld; welk maatschappelijk belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang van het in stand houden van de houtopstand op de huidige groeiplaats; als een vergunning wordt aangevraagd voor een houtopstand die overlast veroorzaakt, moet een overlastformulier worden toegevoegd conform het Beleidsplan Overlast Bomen gemeente Leiden, waaruit blijkt dat sprake is van erkende overlast; een afschrift van een recente boomveiligheidscontrole, in opdracht van de aanvrager uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige met certificaat als European Tree Technician (ETT), European Tree Worker (ETW) of gelijkwaardig, als de aanvraag is ingediend voor vellen uit veiligheid of beheerbaarheid vanwege sterk teruglopende kwaliteit of conditie, gelet op het belang van het voorkomen van letsel of ernstige schade, of een afschrift van een recente gemotiveerde negatieve beoordeling hiervan opgesteld door een daarvoor gecertificeerde partij in opdracht van de beheerder van de waterkering; welke alternatieven voor het behouden van de houtopstand zijn onderzocht en niet houdbaar zijn bevonden; een Bomen Effect Analyse (BEA) of gelijkwaardig (technisch) onderzoek waaruit blijkt dat de houtopstanden niet duurzaam behouden kunnen blijven op de huidige groeiplaats. Een BEA hoeft niet toegevoegd te worden in geval dat de aanvraag ziet op een houtopstand die overlast veroorzaakt; als een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 3.6.1.4 of 3.6.1.5: een kaart waarop aangegeven is waarnaartoe te de te vellen houtopstand verplant zal worden en, als de aanvrager niet zelf eigenaar is van het perceel waarop de houtopstand verplant zal worden, een schriftelijk akkoord van de eigenaar van het betreffende perceel dat de houtopstand daar mag worden verplant; als een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 3.6.1.4 of 3.6.1.5, moet een compensatieplan (zie artikel 3.6.1.8) worden ingediend. Als uit de alternatievenstudie blijkt dat aan te planten compensatie niet mogelijk is, moet een financiële compensatie plaatsvinden; voor de financiële compensatie van een te vellen houtopstand (indien van toepassing): een berekening van de actuele vervangingskosten van de houtopstand. 3. . In afwijking van het tweede lid, moet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor dunnen de volgende documenten worden verstrekt: een vastgesteld beheerplan waarin het dunnen is opgenomen en een kaart waarop het betreffende bosplantsoen is aangegeven.

Verwijzingen