Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6.1.8

Inhoud compensatieplan

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Indien op grond van deze verordening een compensatieplan moet worden ingediend, maakt dit compensatieplan deel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. 2. . Het compensatieplan bevat het voorstel voor duurzame, kwalitatieve compensatie van de (op die plek) verloren gaande houtopstand, door middel van gelijkwaardige aan te planten compensatie (of verplant van de te behouden houtopstand) op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving. De kwaliteit wordt afgewogen aan de hand van de wijze waarop de compensatie bijdraagt aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit. In het compensatieplan wordt in ieder geval het volgende bepaald: waar de aanplant van de compensatie plaatsvindt; op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving, aangegeven op een voldoende gedetailleerde kaart; wanneer de aanplant van de compensatie plaatsvindt; dit moet uiterlijk gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het voltooien van de werkzaamheden; een omschrijving van de te planten houtopstand (soortnaam, maatvoering: standaard aanplantmaat is 16-18 / 18-20 centimeter stamomtrek gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld), inclusief een aanduiding van de ecologische waarde daarvan conform het Register Ecologische Bomen; een beschrijving van de bijdrage van de aan te planten compensatie aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit; de precieze richtlijnen voor aanplant zijn opgenomen in het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. 3. . Te vellen houtopstanden binnen een molenbiotoop worden buiten de binnenste 100 meter van de molenbiotoop gecompenseerd. Bij aan te planten compensatie binnen de rest van de molenbiotoop (100 tot 400 meter vanaf de molen) dient rekening gehouden te worden met de beoogde eindhoogte van de te planten houtopstand.