Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6.1.9

Criteria voor weigering vergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. Voor de beoordeling van een aanvraag om een vergunning voor het vellen of doen vellen van waardevolle houtopstanden, wordt het belang van het behoud van de waardevolle houtopstand afgewogen tegen het belang van de aanvrager. De vergunning kan in ieder geval worden geweigerd als het maatschappelijk belang waarvoor de houtopstand moet wijken onvoldoende is aangetoond of als de onveiligheid of gevaarzetting onvoldoende is aangetoond. 2. . Een vergunning als bedoeld in artikel 3.6.1.4 of 3.6.1.5 kan worden geweigerd als de nieuwe locatie van de te verplanten houtopstand van onvoldoende kwalitatieve waarde is om de te verplanten houtopstand duurzaam te handhaven. 3. . Een vergunning als bedoeld in artikel 3.6.1.2, 3.6.1.4 of 3.6.1.5 kan worden geweigerd als naar boomtechnisch deskundige maatstaven: de mogelijkheden en/of alternatieven voor duurzaam behoud niet voldoende gemotiveerd zijn onderzocht; de reden van de aanvraag verband houdt met mogelijke gevaarzetting en/of overlast en dit niet voldoende gemotiveerd wordt aangetoond; de aan te planten compensatieboom niet voldoende voorziet in een duurzame bijdrage aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit.

Verwijzingen