Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6.2.1

Loslopende honden (APV)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1.. De eigenaar of houder van een hond mag deze niet laten verblijven of laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en duidelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als die hond niet is aangelijnd; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als die hond niet is aangelijnd; op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3.. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.