Naar hoofdinhoud

Artikel 3.7.2.10

Ondergrondse obstakels of onbekende leidingen (Leidingenverordening)

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

1. . De leidingexploitant meldt het direct aan het college als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onbekende leidingen of andere ondergrondse obstakels worden gevonden. 2. . Het college kan bij gebleken onbekende leidingen of andere ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant opschorting van de werkzaamheden gelasten. Tevens kan het college aan de leidingexploitant die de werkzaamheden uitvoert maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt. Hieronder wordt onder andere begrepen het opleggen van een verplichting om binnen 48 uur te onderzoeken of een onbekende leiding nog in gebruik is, bijvoorbeeld door na te gaan of er nog spanning, druk of signaal op de leiding staat. De kosten van de te nemen maatregelen komen ten laste van de leidingexploitant. 3. . Onder ondergrondse obstakels als bedoeld in dit artikel wordt begrepen: bodemverontreiniging,materialen, objecten en/of stoffen die de aanleg en/of instandhouding van een (onderdeel van een) leiding belemmeren en/of de staat van een aan te leggen of gelegde leiding nadelig kunnen beïnvloeden.