(Jeugdwet)
** 1. .** Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouder(s).
** 2. .** Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouder(s) en hun sociaal netwerk.
** 3. .** De gemeente betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouder(s) bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet.
** 4. .** Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is, kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.
** 5. .** Kan het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met hulp vanuit het sociaal netwerk bereikt worden, maar wel met hulp die vrij toegankelijk is? Dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door het Centrum voor jeugd en gezin (CJG) of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp? Dan wordt een individuele voorziening (hulp-op-maat) ingezet.
** 6. .** Voor de beoordeling en toekenning van jeugdhulp maakt de gemeente gebruik van het Afwegingskader.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Uitgangspunten bij het bieden van hulp
Onderdeel van Verordening domein sociaal gemeente Raalte