Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen die vermeld staan op de gemeentelijke Bomenlijst, zoals genoemd in artikel 3, lid 1. 2.. Het is verboden om zonder melding bij de provincie houtopstanden te vellen of te doen vellen die vallen onder de Wet natuurbescherming, indien: De houtopstand buiten de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ ligt; De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of indien het om één of meer bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Dit geldt zowel voor gemeentelijke, publieke als private houtopstanden. Een aanvraag voor een gemeentelijke omgevingsvergunning kap is In dergelijke gevallen niet nodig; er wordt dan door de Omgevingsdienst een herplantplicht opgelegd. 3.. Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing voor: Houtopstanden die moeten worden geveld vanwege een plantenziekte (bijv. iepziekte); Het vellen van een houtopstand in verband met veiligheid, wanneer een boom is afgekeurd tijdens een boomveiligheidsinspectie, zodanig dat kap noodzakelijk is om de veiligheid te waarborgen; Bomen, die nagenoeg of helemaal afgestorven zijn; Het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud. 4.. De omgevingsvergunning kan gemotiveerd geweigerd worden op grond van de beoordelingscriteria voor waardevolle en monumentale bomen (art. 1 lid f en g). Een omgevingsvergunning kan echter worden verleend indien de belangenafweging goed wordt gemotiveerd, ondanks dat er één of meerdere van de beoordelingscriteria van art. 1 lid f en g van toepassing zouden zijn. 5.. Het bevoegd gezag kan in de omgevingsvergunning een herplantplicht of een financiële compensatie opleggen onder nader te stellen voorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel