Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2

Gebruik bodycam

Onderdeel van Beleidsregel gebruik opname middelen door medewerkers toezicht en handhaving

1.. De toezichthouder of boa draagt de bodycam duidelijk en zichtbaar. 2.. De bodycam maakt constant opnames die telkens na minimaal 120 seconden worden overschreven (pre-recording). Dit betekent dat als de opname gestart wordt, de voorafgaande 120 seconden ook opgenomen zijn. 3.. Op het moment dat de medewerker toezicht en handhaving dit voor zijn veiligheid, de veiligheid van betrokkene of derden (collega of publiek) nodig acht, wordt de knop ingedrukt die een opname start. 4.. Bij opname van individuen wordt altijd door de medewerker vooraf gemeld (met een luide stem) dat er opnames gemaakt gaan worden. Indien waarschuwing vooraf niet mogelijk is, omdat er door de medewerker direct gehandeld moet worden, wordt de bodycam direct aangezet. 5.. De medewerker informeert collega’s als er opnames zijn gemaakt, waarbij zij (mogelijk) herkenbaar in beeld komen. 6.. De bodycam wordt direct uitgezet, nadat de dreigende situatie voorbij is of er geen sprake is van escalatie.

Rechtspraak bij dit artikel