**1..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;
ouder: een ouder als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c en e, van de Wet kinderopvang;
aanvrager: de ouder of diens vertegenwoordiger die de tegemoetkoming op de voorgeschreven wijze aanvraagt;
wet: de Wet kinderopvang;
kinderopvang: het verzorgen van kinderen tot een leeftijd van 12 jaar door een professionele organisatie;
kinderopvangorganisatie: een professionele, bij het LRKP geregistreerde organisatie, waar kinderopvang en/of BSO geboden wordt;
kinderdagverblijf: een professionele, bij het LRKP geregistreerde organisatie, waar kinderdagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar wordt geboden;
gastouderbureau: in het LRKP geregistreerde kinderopvang waar kinderen van 0 tot 13 jaar via een gastouder in een huiselijke omgeving worden opgevangen bij een (gast)ouder met een woonadres in de gemeente Ede;
BSO (buitenschoolse opvang): verzamelnaam van alle professionele kinderopvang, geregeld voor schoolgaande kinderen buiten de schooltijden van het basisonderwijs;
LRKP (Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen): in dit register staan alle kinderopvangorganisaties en gastouders die zijn goedgekeurd door de gemeente en de GGD. Het LRKP is openbaar.
maximum uurtarief: het jaarlijks door de belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief per opvangsoort
Belastingdienst: overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor het innen van belastingen en sociale premies en het uitkeren van toeslagen;
Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming betaald door de Belastingdienst in de kosten van kinderopvang en is afhankelijk van de hoogte van het (totale) inkomen;
uurtarief kinderopvang/BSO: de kosten per uur die de kinderopvangorganisatie/ gastouder in rekening brengt voor de opvang;
kinderopvangkosten: de kosten van kinderopvang;
bijdrage: een tegemoetkoming van de gemeente Ede in aanvulling op Kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.13 van de wet of in geval van een SMI een bijdrage in de kosten ter hoogte van de Kinderopvangtoeslag;
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet;
SMI (Sociaal Medische Indicatie): noodzakelijke indicatie om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming in kosten voor noodzakelijke kinderopvang: - als gevolg van lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen van de ouder of; - om een dreigende ernstige ontwikkelingsachterstand van het kind op te heffen of te verminderen;
voorliggende voorziening: andere regelingen of wetten waarop de ouder een beroep kan worden gedaan voordat aanspraak kan worden gemaakt op de bijdrage in de kosten voor kinderopvang, zoals voorzieningen vanuit voorziening de Vroeg- en Voorschoolse Educatie, of de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet;
Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning): in wet is geregeld dat de gemeente hulp biedt om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen, andere mensen kunnen blijven ontmoeten en ter ondersteuning van mantelzorgers;
ST (sociaal teams): deskundigen van verschillende zorg- en welzijnsorganisaties die advies en ondersteuning geven aan gezinnen/personen met meerdere problemen;
TTJ (toegangsteam jeugd): begeleiding voor zware of complexe opvoed- en/of opgroeivraagstukken.
Ioaw (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers): vult het inkomen van oudere, werkloze werknemers en hun partners aan tot bijstandsniveau;
Ioaz (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze zelfstandigen): vult het inkomen van oudere, werkloze zelfstandigen en hun partners aan tot bijstandsniveau.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Kinderopvang.
**3..** Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze beleidsregel niet eenduidig blijkt te zijn, bepalen burgemeester en wethouders de nadere invulling c.q. interpretatie van dit begrip.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.