Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders stellen vast of de ouder of diens partner een persoon is: met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en in welke mate om die reden, kinderopvang voor een kind in de leeftijd tot 12 jaar noodzakelijk is, of; die een kind in de leeftijd tot en met 12 jaar heeft waarvoor en in welke mate kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind noodzakelijk is. 2.. Burgemeester en wethouders stellen de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in lid 1 van dit artikel vast door middel van een sociaal medisch advies van een door burgemeester en wethouders aangewezen onafhankelijk sociaal medisch adviseur. 3.. Van het opvragen van sociaal medisch advies als bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt afgezien, als naar het oordeel van burgemeester en wethouders op basis van schriftelijk advies van een onafhankelijke deskundige in voldoende mate is aangetoond dat sprake is van ernstige sociaal-medische problematiek die kinderopvang noodzakelijk maakt. 4.. Het sociaal medisch advies bevat in ieder geval: de redenen voor de noodzaak van kinderopvang; de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht; de geldigheidsduur van de indicatie. 5.. Onderstaande adviseurs worden in ieder geval aangemerkt als onafhankelijke deskundigen die door middel van een schriftelijk advies een indicatie geven omtrent de sociaal-medische problematiek op grond waarvan kinderopvang noodzakelijk wordt geacht: een verpleegkundige of arts van het consultatiebureau, GGD of thuiszorg; een (ortho)pedagoog; een psycholoog; een psychiater; een schoolmaatschappelijk werker. 6.. Als er sprake is van een voorliggende voorziening, zien burgemeester en wethouders af van de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie. 7.. Tot een voorliggende voorziening als bedoeld in lid 6 van dit artikel wordt in ieder geval gerekend: adequate (opvang)voorziening in niet-professionele zin (eigen netwerk, eigen kracht initiatieven, zorgverlof, etc.) een voorziening op grond van de Wet langdurige zorg; een voorziening op grond van de Jeugdwet; een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; een bijdrage van de werkgever; een vergoeding vanuit de Zorgverzekeringswet; Voor- en Vroegschoolse Educatie.

Rechtspraak bij dit artikel