Algemene uitgangspunten
Voor de uitvoering van de treasurytaken hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:
De gemeente werkt volgens het principe van totaalfinanciering. Dit wil zeggen, dat de financiering voor alle activiteiten centraal wordt aangetrokken en geen directe relatie bestaat tussen de financiering en de uitgaven.
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door inkomende en uitgaande kasstromen zoveel als mogelijk op elkaar af te stemmen.
Financiering wordt uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak.
Kortlopende financiering
Wanneer de gemeente een tekort aan liquide middelen verwacht, kan zij geld lenen op de geldmarkt. Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden de volgende richtlijnen:
Bij het aantrekken van kortlopende middelen wordt de kasgeldlimiet zoals bedoeld in de Wet fido niet overschreden.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening-courant krediet.
De omvang en de rentetypische looptijd van nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de actuele liquiditeitenplanning.
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.
Langlopende financiering
De renterisiconorm, zoals beschreven in de Wet fido en vastgesteld in de Ufdo, wordt niet overschreden.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende middelen zijn onderhandse leningen.
Er worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 10.
Artikel 10.
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Vlissingen 2020