Naar hoofdinhoud
1.. Voor het verkrijgen van een lening zoals bedoeld in artikel 2 moet een aanvraag worden ingediend. De aanvraag moet betrekking hebben op het nemen van maatregelen waarop de verordening toeziet. Tot de maatregelen worden gerekend: maatregelen die bijdragen aan de beleidsdoelen vermeld onder artikel 4 van deze verordening. 2.. De maatregelen voor het levensloopbestendig maken van de woning waarvoor een lening kan worden verstrekt, zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze verordening. 3.. De Blijverslening consumptief kan nooit meer bedragen dan de werkelijke kosten, verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen tegemoetkomingen (subsidies) in deze kosten. Het college stelt de hoogte van de Blijverslening consumptief vast, met een minimum van € 2.500,- en een maximum van € 10.000,-. 4.. De Blijverslening hypothecair kan nooit meer bedragen dan de werkelijke kosten, verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen tegemoetkomingen (subsidies) in deze kosten. Het college stelt de hoogte van de Blijverslening hypothecair vast, met een minimum van € 2.500,- en een maximum van € 25.000,-. 5.. De totale financiering van de woning (de bestaande hypotheek + de Blijverslening) mag maximaal 80% van de WOZ-waarde van de woning bedragen. 6.. De aanvrager moet de woning waarvoor een Blijverslening wordt verstrekt zelf bewonen. 7.. Het college kan de in het tweede lid vermelde lijst van maatregelen uitbreiden en/of inkorten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel