**1..** Bij subsidies, hoger dan € 50.000, welke verleend worden voor activiteiten die een jaar of meer in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
**2..** Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan het college ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opleggen, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
**3..** Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan het college ook andere verplichtingen opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
**4..** Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan het college bepalen dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.