Met deze nota voldoet de gemeente aan de verplichtingen die de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo, art. 2.10, lid 1d) en de Woningwet (art. 12a) stellen. In deze nota wordt vastgelegd hoe het welstandstoezicht in de gemeente Westervoort is geregeld. Deze nota geeft tevens uitgangspunten en criteria voor de wel- standsbeoordeling. Het gemeentebestuur wil met deze nota een belangrijke stap zetten naar modernisering en vermaatschappelijking van het welstandstoezicht.
Welstandstoezicht is niet nieuw. Het werd ooit ingesteld om te voorkomen dat bouw- werken de openbare ruimte zouden ontsieren. Op grond van de Wabo (art. 2.26, lid 3), Besluit Omgevingsrecht / Bor (art. 6.2, lid 1) en Woningwet (art. 12b), beoordeelt een onafhankelijke commissie of een bouwwerk niet in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand’ en adviseert vervolgens het gemeentebestuur daarover. Het gemeente- bestuur neemt de beslissing of de omgevingsvergunning, onderdeel bouwen wordt verleend.
Het oordeel van de welstandscommissie is volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk én op de plaatsing van het bouwwerk. De commissie kijkt in de eerste plaats naar de invloed van het bouwwerk op de beeldkwaliteit van de omgeving, rekening houdend met verwachte ontwikkelingen. Tevens adviseert de commissie over de kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf.
Advisering door Gelders Genootschap
De welstandsadvisering voor de gemeente Westervoort wordt georganiseerd en uitgevoerd door Gelders Genootschap. De gemeente werkt met een brede taakomschrijving van de welstandscommissie, die meer omvat dan louter het (wettelijk) welstandstoezicht. Om effectief te kunnen adviseren over welstandsaspecten, is het ook noodzakelijk om de commissie te betrekken bij beleidsvelden als monumenten- zorg, stedenbouw, openbare ruimte, cultuurhistorie en landschap. Sinds 1 oktober 2008 is daarom ook de discipline stedenbouw permanent aan de commissie toegevoegd. Er is daarmee sprake van een integrale commissie, die in een vroeg stadium van planontwikkeling wordt geraadpleegd. Het oordeel van de welstandscommissie is volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk én op de plaatsing van het bouw- werk. De commissie kijkt in de eerste plaats naar de invloed van het bouwwerk op de beeldkwaliteit van de omgeving, rekening houdend met verwachte ontwikkelingen. Tevens adviseert de commissie over de kwaliteit van het bouwwerk op zich- zelf. Belangrijk is om de politieke en maatschappelijke haalbaarheid van een advies goed te kunnen inschatten. Een ‘redelijk’ advies moet immers in de praktijk uit te leggen en te handhaven zijn.
De wijze waarop het welstandtoezicht wordt uitgeoefend door het Gelders Genootschap is in de praktijk ontwikkeld in dialoog met de ledengemeenten. De rayonarchitect speelt daarbij als voorpost van de welstandscommissie een belangrijke rol. Minstens een keer in de twee weken bezoekt hij / zij de gemeente. Tijdens zijn / haar bezoek worden de meeste bouwplannen afgehandeld en vindt overleg plaats met planindieners, beleids- ambtenaren en het gemeentebestuur. Het vooroverleg met planindieners leidt in veel gevallen tot een goed resultaat, zowel voor het ingediende plan als voor de openbare ruimte. Alleen de meer complexe plannen – grootschalige ontwikkelingen en stedenbouwkundige plannen - gaan mee naar de commissie.
Het welstandstoezicht vindt in principe plaats in het openbaar. Dit past bij een samenleving die vraagt om zoveel mogelijk rechtszekerheid en openheid rondom het welstandstoezicht. Wanneer men in een vroeg stadium bekend is met de eisen die gesteld worden aan een bouwplan is men veelal bereid hiermee rekening te houden. Veel onduidelijkheden over welstand worden weggenomen als vooraf helder wordt gemaakt welke kaders bij het welstandsoordeel een rol spelen.
Vooroverleg met de rayonarchitect of de commissie is daarom essentieel. De kaders voor toetsing worden door het gemeentebestuur in deze welstandsnota vastgelegd.