Op grond van de nieuwe Woningwet is een gemeente verplicht om toetsingscriteria vast te stellen, als zij welstandstoezicht wil uitoefenen. De criteria worden opgenomen in een welstandsnota die door de gemeenteraad moet worden vastgesteld. In de Woningwet wordt weliswaar nog gesproken van ‘redelijke eisen van welstand’, maar die moeten voortaan zoveel mogelijk worden geconcretiseerd in gebieds- en objectgerichte criteria. Deze criteria vormen een stelsel van beleidsregels waarbinnen de welstandscommissie aan B&W adviseert. Per gebied kan de gemeente de toetsingscriteria specificeren om daarmee zoveel mogelijk recht te doen aan het karakter en de gewenste kwaliteit van een gebied.
Sinds 1 oktober 2010 zijn veel kleine bouwwerken – voorheen grotendeels licht-vergunningplichtig – omgevingsvergunningvrij geworden. Dit is vastgelegd in art. 2 en 3 van het Bor. Voor kleine bouwwerken die nog wel onder de vergunningplicht vallen, zijn in hoofdstuk 5 van deze nota specifieke criteria voor kleine bouwwerken opgenomen. Deze vervangen de voormalige sneltoetscriteria.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.1