Naar hoofdinhoud
1.. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 2, in ondermandaat opdragen aan medewerkers die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, tenzij dat met zoveel woorden ten aanzien van een concreet mandaat in de bijlage die behoort bij dit mandaatbesluit uitdrukkelijk is uitgesloten. Verder ondermandaat is niet geoorloofd. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de directeur de bevoegdheden, genoemd in artikel 2 en voor zover deze betrekking hebben op inrichtingen die onder het BRZO vallen, in ondermandaat opdragen aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, tenzij dat met zoveel woorden ten aanzien van een concreet mandaat in de bijlage die behoort bij dit mandaatbesluit uitdrukkelijk is uitgesloten. Daarbij kan de directeur toestaan dat de gemandateerde bevoegdheden verder worden onder gemandateerd aan medewerkers die onder verantwoordelijkheid van de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vallen. 3.. De directeur is verplicht om het in het eerste en tweede lid genoemde ondermandaatbesluit toe te sturen aan burgemeester en wethouders. Het ondermandaatbesluit wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. 4.. De artikelen 2, 5, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel