Naar hoofdinhoud
Aanvullingen op de algemene weigeringsgronden vanuit de verordening. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: als de cliënt geen ingezetene is van gemeente Bergeijk; Ingezetenschap: Een cliënt moet ingezetene zijn van de gemeente. Dat wil zeggen zijn hoofdverblijf in de gemeente Bergeijk hebben. Hoofdverblijf betekent volgens jurisprudentie meer dan alleen ingeschreven staan in de Basisregistratie personen (BRP). De cliënt moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente Bergeijk verblijven. als deze in overwegende mate niet op het individu is gericht; Een maatwerkvoorziening voor een gemeenschappelijke voorziening is niet mogelijk. Dit betekent dat er altijd één individuele aanvrager moet zijn die de voorziening aanvraagt. De voorziening moet voor deze aanvrager ook noodzakelijk zijn in de zin van de wet. deze niet langdurig noodzakelijk is; De voorziening moet noodzakelijk zijn om de beperkingen te compenseren en deze moet langdurig noodzakelijk zijn. Het gaat dan om een periode van minimaal 6 maanden. Langdurig geeft een grens aan in tijd. Een afbakening die hierbij is gemaakt is door te kijken naar andere regelgeving. Op grond van de Zvw kunnen rolstoelen, drempelhulpen, transferhulpmiddelen zoals draaischijven, patiëntentilliften en transferplanken, toiletverhogers, toilet- en douchestoelen slechts voor beperkte of onzekere duur worden verstrekt (artikel 2.12 lid 2 Regeling zorgverzekering). In de toelichting (Staatscourant 2012, nr. 14946, p. 12) staat uitgelegd wat met 'beperkte of onzekere duur' wordt bedoeld: "In de regel gaat het dan om een uitleentermijn van ten hoogste 26 weken. […] Om te voorkomen dat een hulpmiddel stipt na 26 weken bij de cliënt wordt weggehaald, is de term ‘beperkte of onzekere duur’ geïntroduceerd. Het ligt in de rede dat de zorgverzekeraar als de termijn van 26 weken dreigt te worden bereikt de specifieke situatie in ogenschouw neemt. Afhankelijk van de individuele situatie kan het hulpmiddel zo nodig langer worden uitgeleend; als de burger in staat is om zelf, of samen met zijn directe omgeving indien dat mogelijk is, een bijdrage te leveren aan het verbeteren van zijn situatie; Het is heel normaal dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. Daarbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te bevorderen dat ingezetenen en hun omgeving hun eigen probleemoplossend vermogen benutten en versterken en daardoor niet of zo min mogelijk aangewezen zijn op maatschappelijke ondersteuning; Zie hiervoor de toegangsrichtlijnen van een algemeen gebruikelijke voorziening in artikel 1, eerste lid onder b van de verordening; als cliënt daadwerkelijk een beroep kan doen op andere wetten; Het begrip voorliggende voorziening is niet opgenomen in de wet en kan niet als weigeringsgrond worden gehanteerd voor afwijzing van aanvragen waarvoor ook een beroep op een andere wet kan worden gedaan; Een aanvraag kan wel worden afgewezen als op grond van onderzoek zoals vermeld in artikel 2.3.5, vierde lid van de wet blijkt dat cliënt op eigen kracht in staat is tot zelfredzaamheid en participatie. als cliënt geen toestemming heeft gevraagd en het college schriftelijk toestemming hiervoor heeft gegeven; als de maatwerkvoorziening had kunnen worden voorkomen; de economische afschrijvingstermijn van een verstrekte voorziening nog niet is verstreken; Met de economische afschrijvingsduur wordt de economische levensduur bedoeld. Hulpmiddelen Volwassenen 7 jaar Kinderen: 5 jaar Douche- en toiletmateriaal: 5 jaar Sportrolstoelen en overige sportvoorzieningen: 3 jaar Woonvoorzieningen Traplift: 8 jaar Spoeldrooginstallatie: 8 jaar ‘Mindervalide’ kraan: 15 jaar Pakpaal: 15 jaar Automatische deuropener: 15 jaar Vervoersvoorzieningen: 7 jaar Voor voorzieningen die hierboven niet staan vermeld kan in overleg worden getreden met fabrikanten of leveranciers en moet de afschrijvingstermijn gemotiveerd in het onderzoeksverslag worden uitgelegd. Uitzonderingen op bovenstaand artikel; Dit algemene uitgangspunt laat onverlet dat in individuele situaties voor een specifieke voorziening een afwijkende economische levensduur kan worden bepaald. Deze economische levensduur betekent niet dat de cliënt na het verstrijken daarvan voor een vervangende maatwerkvoorziening in aanmerking komt. Indien de economische levensduur is verstreken, maar de maatwerkvoorziening nog passend is, bestaat geen aanspraak op een vervangende maatwerkvoorziening. Bij een melding voor het vervangen van een voorziening wordt eerst onderzocht of de situatie van de cliënt is veranderd. Als dat niet het geval is, wordt bepaald of de economische afschrijvingsduur al dan niet is verstreken. Als de economische afschrijvingsduur van een eerder verleende voorziening nog niet is verstreken wordt geen nieuwe voorziening verstrekt. Tenzij sprake is van de volgende uitzonderingen: De voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; De cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; De verstrekte voorziening niet langer een oplossing voor de cliënt biedt om zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren. De economische afschrijvingstermijn speelt in dat geval geen rol. als de voorziening niet veilig voor cliënt is of gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: Als cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft in de woning waaraan de voorziening moet worden getroffen; Een uitzondering hierop is het bezoekbaar maken van de woning. Het bezoekbaar maken van een woning kan een maatwerkvoorziening zijn als dit cliënt in staat stelt tot participatie, door deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en het ontmoeten van medeburgers en contacten te onderhouden. Een voorbeeld hiervan kan zijn dat de woning van de ouders rolstoeltoegankelijk wordt gemaakt voor hun kind dat in een instelling verblijft. Als de woning niet geschikt is om permanent te wonen; Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hotels/pensions en recreatiewoningen. Als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; Als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat; Als de verhuizing de beperking in de zelfredzaamheid en participatie niet oplost; Als de cliënt niet verhuist naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij hij hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven. Als er een voorziening in de woning is aangebracht, zoals een bad en het was op dat moment vanwege beperkingen te voorzien dat deze voorziening in de toekomst niet meer adequaat zou zijn bestaat ook geen aanspraak op een maatwerkvoorziening in het kader van de wet. Als de voorziening tegen geringe meerkosten in de nieuwbouw of renovatie kan worden meegenomen. Een voorbeeld hiervan is om een douche op afschot te plaatsen in plaats van een bad. Een douche op afschot kan zelfs nog goedkoper zijn dan het plaatsen van een bad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel