**1..** Een belanghebbende beheerst de Nederlandse taal in het kader van de Wet taaleis Participatiewet in voldoende mate, indien:
belanghebbende in Nederland geboren is en tot zijn 13e levensjaar onafgebroken in Nederland heeft gewoond;
belanghebbende een document kan overleggen als bedoeld in het tweede lid; of
dat blijkt uit een door of namens het college van de Gemeente Zwartewaterland bij belanghebbende afgenomen taaltoets in het kader van de Wet taaleis Participatiewet.
**2..** Een belanghebbende kan onder andere met de volgende documenten aantonen dat hij voldoet aan de Wet taaleis Participatiewet:
een diploma voor een of meer opleidingen als bedoeld in artikel 2 sub b tot en met n van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen
met een beschikking van de gemeente of DUO waaruit blijkt dat belanghebbende is vrijgesteld van inburgering (afdeling 2 Wet inburgering)
Nederlands diploma (artikel 2.3 lid 1 onderdeel b Besluit inburgering): concreet gaat het om de volgende diploma's:
een getuigschrift wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de vroegere Wet op het wetenschappelijk onderwijs of de vroegere Wet op het hoger beroepsonderwijs;
een diploma voortgezet onderwijs (ook wel middelbaar onderwijs genoemd), uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs;
een diploma middelbaar beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs;
een diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de vroegere Wet op het leerlingwezen of de vroegere Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
het certificaat op grond van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) evenals de verklaring van het regionaal opleidingscentrum (ROC) op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald (artikel 2.4 lid 1 Besluit Inburgering);
het certificaat voor oudkomers, zoals bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het niveau NT2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald (artikel 2.3 lid 1 onderdeel i Besluit inburgering);
diploma staatsexamen NT2;
Belgisch diploma in het Nederlandstalig onderwijs in België met voldoende voor het vak Nederlands;
Surinaams diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands;
Nederlands - Antilliaans diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands;
Certificaat Nederlandse Naturalisatietoets van een in Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Curaçao of Sint Maarten geboren belanghebbende;
personen die voorafgaand aan de bijstandsuitkering voor een langdurige uitkering op grond van de Werkloosheidwet in aanmerking kwamen en, voordat ze deze werkloosheidsuitkering ontvingen, werkten in een functie waarvoor een goede beheersing van de Nederlandse taal een vereiste was;
bewijzen van publieke optredens (bijvoorbeeld het geven van lezingen) of bewijzen van het vervullen van vrijwilligersfuncties of bestuursfuncties waaruit blijkt dat belanghebbende op een zeker niveau in het Nederlands communiceert. Het ligt voor de hand dat genoemde functies wel gedurende enige tijd vervuld moeten zijn, willen zij als bewijs voldoende aannemelijk zijn;
Een ingevolge de Participatiewet gegeven beschikking van een gemeente waaruit blijkt dat aan de Wet taaleis Participatiewet wordt voldaan.
Artikel 2.
Onderzoek naar vereisten Wet taaleis Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels Wet Taaleis gemeente Zwartewaterland 2020