De belanghebbende moet het bedrag binnen de gestelde termijn voldoen, maar als dit niet mogelijk is kan het college de aflossing als volgt bepalen:
De omvang van de betalingsverplichting wordt vastgesteld op tenminste 5% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Indien het inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm te boven gaat, bedraagt de aflossingsruimte 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermeerderd met 35% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2. › § 5
Artikel 2.22
Hoogte aflossingsbedrag bij minnelijke betalingsregeling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal gemeente Zwartewaterland 2020