Om in aanmerking te komen dient de Aanvrager:
op de datum van de aanvraag met een kind op hetzelfde Woonadres te staan ingeschreven. Uitzondering vormt het kind dat staat ingeschreven in een instelling voor Jeugdhulp met verblijf;
op de datum van de aanvraag te beschikken over een burgerservicenummer (BSN).
op de Peildatum niet over een vermogen te hebben beschikt dat hoger was dan het op de peildatum geldende bedrag ingevolge artikel 34 lid 3 Participatiewet, of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijke schuldregeling, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie of een inkomen dat heeft geleid tot de verstrekking van voedselpakketten door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland en
In afwijking van het voorgaande onder c, geldt voor pensioengerechtigden op grond van de Algemene Ouderdomswet als vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid, van de Participatiewet, een bedrag, dat hoger is, namelijk:
voor een alleenstaande: € 2.500 erbij;
voor een alleenstaande ouder: € 5.000 erbij;
voor gehuwden tezamen: € 5.000 erbij.
over het Refertejaar over een minimuminkomen te beschikken, zoals bedoeld in artikel 6.
Artikel 4