Ingevolge artikel 31, tweede lid, onder n en r, van de Participatiewet, artikel 8, tweede en vijfde lid, van de IOAW en artikel 8, derde en negende lid, van de IOAZ, worden inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste een aantal aaneengesloten maanden gedeeltelijk vrijgelaten, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende.
Voor de toepassing van deze vrijlatingsbepalingen gaat het college ervan uit dat deeltijdarbeid bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
Artikel 2.3